De verkeerspolitie controleert een advocaat die te snel gereden had. Dan neemt de horror zijn beloop...
Advocaat: Is er een probleem, meneer de agent?
Politie: Ja, u hebt te snel gereden.
Advocaat: Ach, ik begrijp het.
Politie: Uw rijbewijs!
Advocaat: Dat zou ik u graag geven, maar dat heb ik niet.
Politie: U hebt geen rijbewijs?
Advocaat: Dat moest ik 10 jaar geleden afgeven omdat ik dronken door een speelstraat was gereden.
Politie: Geeft u me de documenten van uw wagen dan maar.
Advocaat: Ook die kan ik u niet geven.
Politie: Waarom niet?
Advocaat: Ik heb deze auto gestolen.
Politie: Gestolen?
Advocaat: Zoiets ja. En de eigenaar heb ik vermoord.
Politie: U hebt wat?
Advocaat: Hem vermoord. Het was een noodgeval! Anders zou hij de politie gebeld hebben en zou ik in de gevangenis beland zijn.
De politieagent monstert de man van kop tot teen, neemt afstand en roept versterking op. Die komt kort daarop toe en benadert de auto met getrokken wapen.
Andere politieagent: Uitstappen! Nu!
Advocaat: Wat is precies het probleem, meneer de agent?
Andere politieagent: Mijn collega meldt mij dat hu deze auto hebt gestolen en de eigenaar hebt vermoord.
Advocaat: Ik zou wat gedaan hebben?
Andere politieagent: Is dit uw wagen?
Advocaat: Ja, dit zijn mijn boorddocumenten.
Andere politieagent (overstuur): Mijn collega zegt me dat u geen rijbewijs had.
De advocaat grijpt in zijn zakken, haalt zijn rijbewijs boven en overhandigt het aan de politieagent. Die staat aan de grond genageld.
Andere politieagent: Dit begrijp ik niet. Mijn collega vertelde me dat u geen rijbewijs had, dat de auto gestolen was en dat u de eigenaar vermoordde.
Advocaat: En ik durf te wedden dat die ellendige leugenaar nu ook nog gaat beweren dat ik te snel gereden heb zeker!